Het vuurvinkje
Lagonosticta senegala
Op de foto is het mannetje van de vuurvink te zien. Hij is prachtig rood van kleur. Het vrouwtje valt aanmerkelijk minder op.
Ze komen oorspronkelijk uit tropisch West Afrika en je kunt deze vogels maar beter binnen houden dan in een buitenvolière.
Ze doen het uitstekend in een gemengde volière, maar ze kunnen het ook goed uithouden in een volière met andere prachtvinken.
Ze doen gewoon wat ze zelf willen en gaan hun eigen gang.
Alleen worden de mannen wat onhebbelijker tijdens de kweekperiode, maar doorgaans richten ze dan hun kleine agressie op soortgenoten.
Het zijn levendige vogels die graag op open plekken vliegen, maar daarnaast het groen niet schuwen. De bodem van de volière wordt alleen gebruikt om voedsel te zoeken.
Schaf geen geïmporteerde dieren aan. Ze zijn niet alleen erg schuw maar vaak ook heel erg zwak en extreem gevoelig voor ziekten. Je kunt dus beter nakweekdieren kopen.
Wat nesten betreft zijn ze niet echt kieskeurig en nemen al gauw ergens genoegen mee. Kokosvezel, sisal touw, kleine donsveertjes en grashalmen komen voor het bouwen van een nest in aanmerking. Een open nestkastje is ook van harte welkom.
Na 11 tot 12 dagen komen de jongen uit het ei. Ze worden dan door beide ouders gevoerd.
De eerste levensweek is uitsluitend levend voer voor de jongen belangrijk, zoals buffalowormpjes. Een tekort aan levend voer leid onherroepelijk tot een spoedige dood van de jongen.
Na 17 tot 21 dagen verlaten zij het nest. Je hoeft ze niet uit te vangen, want de ouders verjagen ze niet. Laat de ouders echter maar 2 x broeden per jaar. Meerdere keren zal leiden tot schade betreffende hun gezondheid.